30-6-2026
6 minuten
Terugblik op kenniscafé 'Juridische weerbaarheid in tijden van geopolitieke spanningen'
Wanneer is er juridisch sprake van oorlog? Welke regels gelden dan? Wie heeft de regie en wie is wanneer aan zet? En is ons noodrecht toereikend?
’Vroeger had je oorlogsverklaringen van mannen op een paard, nu worden drugsboten uit het water geschoten. Het is belangrijk om de juiste woorden te blijven gebruiken: oorlog is oorlog. En: de juridische werkelijkheid correspondeert niet meer met de dagelijkse werkelijkheid. Wie wil het recht nog accepteren? Het recht mag niet alleen van juristen worden’ aldus een samenvatting van Ybo Buruma van het Legal Valley kenniscafé over ‘Juridische weerbaarheid in tijden van geopolitieke spanningen’ op donderdag 25 juni 2026. Ondanks de hitte was de zaal van het kenniscafé bij het @OM Oost-Nederland vol met geïnteresseerden.
Wanneer is er juridisch sprake van oorlog? Welke regels gelden dan eigenlijk? Wie heeft de regie en wie is wanneer aan zet? En is ons noodrecht toereikend? Met onze gasten Rowin Jansen, Ton Heerts, Mirjam de Bruin en Tom Harmsen voerde George Meurders het gesprek.
Lees hier de terugblik ⬇️
Rowin Jansen werkt als universitair docent bij de Radboud University, is gespecialiseerd in het nationale veiligheidsrecht, en medeauteur van het boek ‘Democratie onder druk’. Hij zegt dat het noodrecht er voor is om snel te handelen om uiteindelijk de democratische rechtsstaat te beschermen: ‘Staatsnoodrecht is niet voorbereid op oorlog. Het is sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer geactualiseerd. Het juridisch arsenaal sluit niet meer aan bij de huidige tijd en moet herzien worden. Ook in noodsituaties zijn wel checks en balances nodig, om te voorkomen dat de regering uit de bocht vliegt met noodrecht. Het huidige rechtssysteem is dynamiet in de handen van autocraten. In Amerika zie je al dat president Trump op acht beleidsterreinen de noodtoestand heeft uitgeroepen en dat is ook al gebeurd in andere landen. Wetten worden soms politiek gemaakt en tot noodwet benoemd terwijl ze dit niet zijn. Denk aan de uitspraak van Dick Schoof ‘mensen ervaren een crisis, dus er is een crisis’.’
Ton Heerts, burgemeester van de gemeente Apeldoorn, voorzitter van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG), voorzitter van de commissie Bestuur en Veiligheid van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en voorzitter van het dagelijks bestuur van het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid (NIPV), merkt de effecten in de dagelijkse praktijk: ‘We zijn niet per se in oorlog, maar het is ook niet bepaald vredig. Er zijn meer crisissen in het land. Het kan dan juridisch geen crisis zijn maar ik heb er elke dag mee te maken, voor mij is het wel crisis. En met mij 341 andere burgemeesters. De juridische werkelijkheid en de werkelijkheid van de burgers corresponderen niet meer met elkaar. De schaarste in overheidsdienstverlening gaat zich vertalen in onvrede. Wie wil het recht nog accepteren? Het recht moet niet van juristen worden. Het moet weer terug waar het voor bedoeld is. Het anti-overheidsgevoel wordt groter en actief uitgedragen. Er is onvoldoende draagvlak om de beginselen van goed bestuur te aanvaarden. Het is een serieus issue in gemeenten dat gezegd wordt ‘Ik voer de spreidingswet niet uit’ en dat een burgemeester op schrift zet ‘Dit kan niet zo’. Er is een groot applaus in sommige gemeenten om het zo te zeggen ‘We zijn gekozen volksvertegenwoordigers, ik ben gekozen om hier tegen te zijn’. Dat is een enorm probleem. Wie accepteert eigenlijk nog een bepaalde ordening in de samenleving? En doet dat er nog toe? De sleutel voor de oplossing zit volgens hem niet in nog meer repressie, maar wel in verbinding zijn. De andere onderliggende problemen blijken vaak een trigger te zijn voor extreme standpunten: ‘Uit verbinding zijn is het allerergste dat kan gebeuren.’
Tom Harmsen, strategisch adviseur militaire zaken bij het OM Oost-Nederland: ‘Het recht is niet alleen voor juristen, maar moet ook toepasbaar zijn. Hoe geef je er handen en voeten aan? Alle militairen die in aanraking komen met het strafrecht, komen in Arnhem terecht bij de militaire kamer van de rechtbank Gelderland. Ook binnen het OM is binnen het parket Oost-Nederland een speciaal team ingericht dat deze zaken met gespecialiseerde officieren van justitie en parketsecretarissen afdoet. Mocht Nederland in een internationaal conflict terechtkomen, dan zal het aantal zaken in Arnhem naar verwachting toenemen. Bij het OM denken we er dus ook al goed over na hoe we voorbereid zijn op een grote toename van zaken in een onverhoopte oorlogssituatie. Je moet dan onder meer denken aan het verkennen of kleinere vergrijpen bijvoorbeeld door de commandanten tuchtrechtelijk afgedaan kunnen worden zodat er in het strafrecht ruimte beschikbaar blijft voor grotere zaken.’
Mirjam de Bruin, senior adviseur bij het Expertisecentrum Militair Strafrecht van het Openbaar Ministerie, besprak hoe de feiten en omstandigheden op de grond bepalen of er juridisch gezien sprake is van oorlog. De Verdragen van Genève gebruiken daarvoor de objectieve term: ‘gewapend conflict.’ Het recht dat geldt tijdens een gewapend conflict wordt het humanitair oorlogsrecht genoemd. ‘Een van de belangrijkste beginselen van het humanitair oorlogsrecht is dat van onderscheid. Dit betekent dat je onderscheid moet maken tussen degenen die wel meedoen aan de strijd, die mag je aanvallen, en degenen die dat niet of niet meer doen, zoals burgers, journalisten en gewonden: die zijn beschermd. Het is belangrijk dat mensen weten wat deze regels zijn, we deze blijven uitleggen en we de juiste termen gebruiken.’